alle zinnen

Alle zinnen
die ik zeg
Alle zinnen
die ik zwijg

Alle dagen
dat ik waak
alle dagen
dat ik slaap

voorzichtig met het strikje
om mijn gedachten mijn
woorden mijn zwijgen
mijn doen mijn blijven
mijn zwakte mijn zang
mijn houden-van

voorzichtig met het strikje
maar maak het los
mijn spreken, mijn
zwijgen mijn alles
mijn denken mijn doen

alle zinnen die ik zeg
alle zinnen die ik zwijg
allemaal
voor jou

ademhalingsoefening

Misschien ben ik bang
om bang te zijn
Misschien te grof of
toch te fijn

Misschien te weinig
of toch teveel
Misschien te stuk
of toch te heel

maar bij elke ademzucht
verdampt mijn zorg een beetje

rustig in en rustig uit
zo is er dan geen vuiltje
aan de lucht

Van de mus en de worm #1

<!– @page { margin: 2cm } P { margin-bottom: 0.21cm } –>

‘Wat nu’, zei de worm tegen de mus.’wat moeten we nu doen?’ Het was een ongemakkelijke situatie, dat waszeker.
Beide dieren zaten samen in het gras. Hoewel, in het gevalvan de worm er moeilijk van ‘zitten’ gesproken kan worden, meer vaneen soort liggen. Kan een worm eigenlijk staan?
Ze waren hier zosamen aanbeland, aan het einde van de dag, in de koele zomeravondzon,omdat de worm even een kijkje buiten zijn eigen wereldje wou nemen.Hij stak zijn kop door de grens tussen beneden-gronds enboven-gronds, en daar was het dan: vers groen gras, de zon als eenlichtje aan de hemel, precies zoals wormen die het al eens gezienhadden vertelden. Het was prachtig, en zo anders, zo vreemd.

De mus had gewoon trek in eten. Eenlekkere vette, sappige worm, zoals hij al dagen niet meer gezien had,zoiets leek hem wel weer wat. Hij dook vanaf zijn tak naar beneden enwou zijn snavel al in de grond steken, op zoek naar de lekkernij diezich verstopte onder de aarde,  toen ineens een grote worm naar bovenkwam. Daar schrok de mus van. Natuurlijk, hij had al eerder wormengezien, tientallen, misschien wel honderden. Maar nog nooit een wormdie zomaar, uit zichzelf, zich aanbod als avondeten. Dat de wormhelemaal niet van plan was opgegeten te worden wist de mus uiteraardnog niet.

- Wordt vervolgd.

zoals het is

<!– @page { margin: 2cm } P { margin-bottom: 0.21cm } –>

Ik hoop dat je niet bang bent
om door een park te lopen
zo zonder doel zo
zonder moeten hopen

ik hoop dat je niet bang bent
om geluk te tonen
zo gewoon zo
als het is

ik weet dat je niet meer
denkt dat ik
toneelspeel

ik en jij, dus wij, zo
samen zo
veel

Het tuintje van mevrouw Janssen

<!– @page { margin: 2cm } P { margin-bottom: 0.21cm } A:link { so-language: zxx } –>

Eigenlijkzijn alle dingen net iets anders dan dat ze lijken te zijn. Het hangtaf van het gebruik van iets, of van de waarde die je aan iets hecht,wat het is, of hoe belangrijk het is. Het stuk metaal dat uit eenhouten plank steekt heeft voor veel mensen vrijwel niks te betekenen;vertel je ze echter dat het stuk hout hun voordeur is en het stukmetaal luistert naar de naam ‘deurknop’, dan is het al een stukoverzichtelijker. Desalniettemin, beide beschrijvingen kloppen, ookal is het een veel preciezer dan het ander. Hoewel, de compleetstebeschrijving zou natuurlijk zijn ‘de houten voordeur met ijzerenbeslag, die toegang verschaft tot het huis van mevrouw Janssen,tweede gele dwarsstraat 147-b in Zilthovenerbroek, een klein dorpjedat net buiten zicht van zowel Amsterdam als Den Haag  ligt.

Hetwas op een gewone woensdagochtend dat ik de bewuste deur opendeed.Mevrouw Janssen, die er altijd nogal bits op toekeek dat ik haar naamook echt met twee keer een S schreef, had me gebeld. Of ik even langszou willen komen, er waren wat klusjes die gedaan moesten worden. Nouja, ik had die dag toch vrij, en als gezonde jongeman besloot ik haarte helpen. Het zou vast niet veel werk zijn, die paar klusjes.Misschien klemde er een raam of moest er een spin doodgeslagenworden.

Maar, zoals alle dingen net iets anders zijn, dan datje vaak denkt dat ze zijn, zo bleek ook hier de realiteit net wat afte wijken van wat ik in gedachten had.

‘Meneer’, begon de oude mevrouw methaar krakerige stem, ‘zou u zo goed willen zijn even voor me in deschuur te kijken? Ik denk dat u vast wel raad weet.’ Dat had zegedacht, ja.

Ik liep door het huis naar de schuur. Onderwegkwam ik door de huiskamer, waar de krant van de dag opengespreid optafel lag, naast een halflege bak koffie. Door de huiskamer kwam ikin de keuken. Er lag een kip op het aanrecht, klaar om gevild teworden. Mevrouw Janssen zal de enige vrouw in de weide omgeving vanZilthovenerbroek zijn die nog zelf een kip kan slachten en villen.

Ken je het gevoel, waarbij het lijktalsof de wereld stilstaat en een seconde gevat lijkt in deeeuwigheid? Dat is dan mooi, maar totaal niet wat ik beleefde. Op destenen vloer van de schuur lag een man op de vloer. Hij had grijshaar en droeg het soort pak dat mijn vader vroeger ook gedragen had,en daarom schatte ik hem ergens achter in de zeventig, voorin detachtig. Zijn ogen staarden naar het plafond, zijn mond hing eenbeetje open. Dat hij dood was kon ik ook al zien aan het mes dat inzijn borstkas stak.

‘Ehm, Mevrouw Janssen…?’, schreeuwdeik, aarzelend. Ik wou haar roepen, zodat ze dit uit kon leggen, maarde enige logische verklaring was dat zij hem vermoord had, God mogeweten waarom , en dat ik nu de enige getuige van dit feit was. Aan deandere kant, ze zou mij niet gebeld hebben om me vervolgens uit deweg te ruimen. Tenzij ze een soort psychopaat was natuurlijk. Iktwijfelde even. Wegrennen kon nog. Nee. Mevrouw Janssen stond alachter me. Verdraaid, wat was dat mens snel voor haar leeftijd.

‘Ja, meneer…. Piet, en ik, wij…ehm, er is een klein ongelukje gebeurd, ben ik bang.’

‘Dat zie ik. Heeft u de politiegebeld?’

‘Nee… ik denk niet dat die desituatie zouden begrijpen. Ik vrees dat het dan met mij slecht af zoulopen. Ziet u, het is wel mijn mes dat uit Piet zijn borstkas steekt.Maar ik wou hem helemaal niet doodmaken!’

‘Een mes in een man steken, zeker zo’ngroot mes, heeft meestal toch dat effect, mevrouw.’

‘Ja, dat snap ik ook wel. Brutaalsnotjong. Maar ik had Piet niet gezien. En ik was net bezig met dekip… hij liep op me af… grote mannen zoals hij moeten ook nietdoor de achterdeur binnenkomen… hij wou me omhelzen… zoals zovaak… nou ja, je ziet het zelf..’
Er stonden tranen in haarogen. Toch, ik weet tot op de dag van vandaag niet zeker of het echtzo gegaan is.

Maar ik begreep haar probleem. De politie zouhaar opsluiten. Dat zou voor mij ook nogal nadelig zijn. Ziet u, zegaf me vaak een fooi voor de klusjes die ik deed. En omdat ze oudwas, en geen idee meer had wat de waarde van een euro precies is, gafze nogal veel. Ik ben ooit drie weken naar Jamaica gegaan, wat ik inzijn geheel kon betalen uit de fooien die ze me gegeven had in datjaar. En omdat het weer daar net zo mooi is als de vrouwen gewillig,zou ik dat graag nog eens doen. En ach, mevrouw Janssen achtertralies… daar zou Piet heus niet beter van worden. En ik kende Piettoch niet. Oke, nu twijfel ik wel aan de juistheid van wat ik gedaanheb, maar op dat moment leek het me het beste.

Het zou nogaloneerlijk zijn om nu niet te vertellen wat ik dan precies gedaan heb,nietwaar.

‘Mevrouw Janssen, wat zou u nu gedaanhebben, als ik hier niet was?’

‘Och jongen, dat weet ik toch niet.Weggaan, ver weg gaan.’
Dat ik van haar niks meer mochtverwachten was duidelijk. Mevrouw Janssen was oprecht geschrokken,dus op iets constructiefs van haar zou ik lang kunnen wachten. ‘Weetu wat, zet u nog maar een kopje thee. Lekker warme citroenthee, danregel ik dit wel.’

‘Ja, maar, hoe’

‘Mevrouw Janssen, sommige dingen kunt ubeter maar niet weten. Gaat u maar naar binnen, ik kom wel weerterug. Maakt u zich vooral geen zorgen’. Mijn medelijden met haar wasvooral ingegeven door eigenbelang, maar soms gaat het niet om deintentie. In dit soort gevallen doet juist de uitvoering er dermatetoe, dat zelfs de slechtste bedoeling er door gerechtvaardigd zijn.

De achtertuintjes van de huizen waren klein, en aan deoverkant waren de tuinen van de achterburen, met daartussen enkel eensmal pad. Ik wist wat me te doen stond, de veiligste manier om vanhet lijk af te komen zonder sporen achter te laten. Ja, datberedeneerde ik zo. Er was een misdaad gepleegd, of een ongelukgebeurd, net hoe je het bekijkt. En ja, er was iemand strafbaar, maarwerkelijk niemand zou er beter van worden als de arme mevrouw Janssentussen de koelbloedige moordenaars achter tralies zou zitten. Was washet toch een schat van een vrouw, nee, dat kon echt niet.

Uitde keukenla pakte ik het grootste, scherpste mes dat ik kon vinden.Laat ik u de details besparen, misschien zit u net te eten, en kleinekinderen zouden dit verhaal ook kunnen lezen en daarmee op heleslechte ideeën kunnen komen. En omdat de meeste mensen gezegend zijnmet een zieke geest, zal al duidelijk zijn wat ik gedaan heb.
Nadatde daad gedaan was, lag er geen meneer Piet meer op de stenen vloervan de schuur, maar vier schoenendozen en twee vuilniszakken. Dat zalgenoeg informatie zijn voor de meesten. Mocht u hier nou niks vanbegrijpen, weet dan dat u een van de weinige echt zuivere mensenbent, van het soort dat nog gevrijwaard is van elke vorm vankwaadaardigheid. Vraagt u dan ook niet om uitleg bij deze passage,het zou u alleen maar bederven.

De familie Slotemaker, dieschuin achter mevrouw Janssen een huis bezat, hield er een paarhonden op na. Geen lieve schoothonden of goedaardige Duitse Herders,maar een vijftal grote zwarte honden die ontstaan moesten zijn uiteen onfortuinlijke kruising tussen een Dobermann en een Bulldog. Hetwaren geen lieve beestjes. Grote ronde koppen met scherpe tanden inhun bek. De beesten keken je aan alsof ze je levend kondenverscheuren, het kwijl sijpelend uit hun grote bek.

Dieavond, vlak voor het echt donker werd, kregen de beesten hunfeestmaal. Voor vijf honden was het goed te doen. De honden warenaltijd buiten, tussen de vier schuttingen van de tuin. Ik hoefdealleen maar de vuilniszakken en dozen over de schutting te gooien, dehonden deden de rest. De familie Slotemakers merkte er niks van. Hijwas nog aan het werk, zij was de kinderen ophalen van school, en dehonden waren in een minuut of tien klaar.

*

Het was een mooie dag injuni. Sofie, de dochter van Wim Slotemaker, had zomervakantie. Inhaar eerste jaar op de basisschool was ze vaak te vinden in de enormezandbak van basisschool ‘Het Kladje’ in Zilthovenerbroek. Graven,zandkasteeltjes bouwen, zandkoekjes bakken, het was allemaalprachtig. Op die leeftijd is nu eenmaal het leven nog zo simpel.
Vandaag had ze vaders schop gevonden in het kleine schuurtjeachterop de tuin, naast het hondenhok. De meeste mensen waren bangvoor de honden trouwens, maar Sofie niet. Vanaf de eerste dag die zeop deze aardkloot doorbracht had ze die beesten om zich heen. Ze wistniet beter. De honden gehoorzaamden haar gebrabbel zonderuitzondering, terwijl volwassen mannen wanhopig probeerden de beestenin het gareel te krijgen. ‘Kalmte’, zei Wim vaak, ‘dat is de redendat Sofie die beesten de baas is. Een hond moet nooit denken dat jebang voor hem bent, maar Sofie is ook echt totaal niet bang.’

Deschop was natuurlijk veel te groot voor haar. Toch, met veel moeite,groef ze een aardig gat in de grond. Dat papa dat niet leuk zouvinden wist ze wel, maar haar enthousiastie won het zoals altijd vande angst voor straf.

Het gat was net zo diep als dat hetkleine meisje hoog was. Dieper durfde ze niet. Nee, niet omdat ze eensoort omgekeerde hoogtevrees had, of omdat het nu wel genoeg geweestwas.

De honden begroeven altijd vanalles. Ballen, stokken,gevonden stukken hout, voerbakken, alles. En botten natuurlijk.

‘Papa!’, schreeuwde Sofie zohard ze kon, want dit begreep ze niet, en schreeuwen was dan altijdhet beste. Wim kwam aangerend. Hij minderde vaart toen hij zag datSofie in elk geval niet in levensgevaar was.

‘Ja, lieve Sofie, wat iser?’, vroeg hij tussen twee slokken van zijn zomerse biertje door.

‘Kijk!’

Ze stond naast de put die zegegraven had. Triomfantelijk wees het meisje naar de bodem. ‘Kijk!’

   

lunch!

Sorry, geen verhaaltje deze keer. Wat doe ik als ik niet schrijf (of op andere wijze mijn verplichtingen ontloop)?
nou, soms, eten. en eten moet je maken. lekker eten komt niet uit een pakje, meestal

dus, hier twee ‘recepten’, voor de nederige tosti.

[b]Tosti Mozzarella[/b]
men neme twee boterhammen
een bol mozzarella, in plakjes gesneden
beleg de boterham met de mozzarella
snij een tomaat in dunne schijfjes
leg de schijfjes op de mozzarella
leg daar bovenop verse basilicumblaadjes
bestrooi met een heel klein beetje zout
wees niet al te zuinig met de peper
bestrooi met wat sesamzaad en geraspte kaas

duw beide boterhammen stevig op elkaar en bak in een tosti-apparaat of koekenpan. eet smakelijk!

[b]tosti Alfredo[/b]
waarom heet deze tosti zo? geen idee. het is gewoon zo.
twee boterhammen
beleg met een plak jonge kaas
doe daar bovenop schijfjes tomaat
beleg wederom met een plak jonge kaas
beleg nu met champignons (in plakjes natuurlijk)
vul aan met basilicum (liefst vers, maar uit een potje kan ook),
zout, peper, peterselie
bestrooi eventueel met een klein beetje citroensap

bestrooi de boterham aan beide kanten aan de buitenkant met een beetje peper.
stevig aandrukken, en bakken maar!

regendruppels op het gras

<!– @page { margin: 2cm } P { margin-bottom: 0.21cm } –>

soms wou ik
dat ik een druppel was
zonder na te denken
zonder zeker weten
dat de landing zacht is
toch gewoon te vallen
bij de druppels
op het gras

wij

<!– @page { margin: 2cm } P { margin-bottom: 0.21cm } –>

Stel je toch eens voor
Jij, ik samen
dan heet dat ineens ‘wij’
de ober komt
een wijntje, een biertje
zullen we hier eten
dat vraag jij aan mij

zo simpel
jij, ik samen
de ober komt weer terug
vraagt ons heel beleefd
of we morgen weer zullen komen

dan staat er een tafel voor ons klaar
gedekt met heldere glazen
de mooiste gerechten
een paar olijven er bij

maar nog wel het mooiste
zijn jij, ik, samen
dat noemt men dan nog wel eens
bij gebrek aan beter
wij

voor het slapengaan

Als ik nou beloof
dat ik het gras maai
en de afwas doe
dat ik aan je denk
voordat ik slaap

kus je danzacht en
heel voorzichtig
mijn ogen toe?

De druiven

<!– @page { margin: 2cm } P { margin-bottom: 0.21cm } –>

 Ishet ijdel dan te denken
dat god of zelfs deliefde
meer een mens kanschenken
dan een oogwenk, eenmoment
waarin alles zuiver,helder is

ach welnee
een mens zal tochblijven hopen
of moet hij dan, hethoofd omlaag
schouders lam enogen zwak
moedeloos latenverlopen
zijn eigen recht
een plicht wellicht

om toch te grijpen
het stukje stof
dat glinstert aan dehemel
nooit is alles echtzo dof
altijd blijvendruiven rijpen